Honingwetgeving en Etikettering
 

Start Omhoog Bestuur WIB Ons nieuwsblad Agenda Fotoalbum Links Problemen? Artikels in de pers Boeken Berichten Bijenvriendelijke planten Inhoud ledenbladen Vlaamse Imkersbond Inlichtingen vragen

 

 

Overzicht  door BOB TOPS 

 

Voor de allerlaatste informatie over de bijenteelt zie : Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen kortweg  FAVV

 

1. Wet betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en de bescherming van de consument van 14/7/91 *

2. Wet op het handelsregister d.d. 20/7/64 *

3. Wet van 25/6/93 betreffende de uitoefening van ambulante activiteiten en de organisatie van openbare markten en het K.B. 3/4/95 ter uitvoering van die Wet *

4. inkomstenbelasting *

5. de BTW-plicht van de imker *

6. De Wet van 24-1-77 aangaande de bescherming van de gezondheid van de gebruiker *

7. Uitvoeringsbesluiten van de wetgeving inzake de bescherming van de gezondheid van de consument *

8. Het Koninklijk besluit betreffende honing van KB 19/3/2004: *

9. Het K.B. van14/11/2003 betreffende autocontrole, meldingsplicht en traceerbaar-heid in de voedselketen. *

10. K. B. van 17/4/80 betreft de reclame voor voedingsmiddelen *

11. De K. B.’s van 9/2/90, 8/1/92 en 13/9/99 betreft voedingswaarde-etikettering *

12. Het K. B. van 4/12/95 tot onderwerping aan een vergunning voor de plaatsen, waar voedingsmiddelen worden gefabriceerd of in de handel gebracht *

13. Ontleding van honing, K. B. van 13/10/69 *

14. nabeschouwing: *

15. bronnen en geraadpleegde werken: *

16. bijlage KB 19/3/2004 betreffende honing *

 

 

Wetgeving bij verkoop en reclame van honing

 

De wetgever heeft de verkoop en de reclame van voedingsproducten, waaronder honing, geregeld in verschillende wetteksten. Hierna wordt summier ingegaan op de verschillende regelgevingen die een imker kan nodig hebben als hij zijn bijenproducten in de handel wenst te brengen. Het is een veeleer beknopte samenvatting, voor de volledige tekst, met alle juridische aspecten, verwijs ik naar de verschillende originele teksten. De teksten zijn afgesloten en bijgewerkt tot 1/1/2005.

 

In deze tekst worden de volgende wetgevingen nader bekeken:

de wetgeving inzake de bescherming van de gezondheid van de gebruiker

de wetgeving inzake handelspraktijken

de ambulante verkoop

de BTW- en inkomstenbelastingen

 

1. Wet betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en de bescherming van de consument van 14/7/91

 

Deze Wet heeft tot doel de handelsactiviteiten te reglementeren en deze voor de consument op een zo correct mogelijke wijze te laten verlopen. Het informeren en voorlichten van de klant is een belangrijke doelstelling van deze Wet.

Van toepassing op iedere handelaar, ambachtsman en hobby-imker-verkoper

Van toepassing op imkers die de imkerij als hoofd of nevenactiviteit uitoefenen

Enkele artikels van de Wet aangaande de handelspraktijken, verdienen de aandacht van de "hobby-imker":

Verplichting i.v.m. het gebruik van wettelijke eenheden (vb: 500 gram / 1kilogram)

Prijsaanduiding is verplicht op de verpakking, tenzij er prijsaanduiding is op een goed zichtbare plaats in de buurt van het "product". Het K. B. van 30/6/96 i.v.m. de prijsaanduiding van producten voorziet in bijzondere regels.

Opmaken van een bestelbon is niet nodig (de imker gebruikt het stelsel van de directe verkoop)

Verbod op bedrieglijke reclame

Verkoop met verlies is toegelaten

Benamingen als "solden", "uitverkoop", "opruiming", … zijn toegelaten (art 49 van de Wet van 14/7/91)

In het kader van seizoensopruiming kan honing "gesoldeerd" worden

Vb: het verkopen van lentehoning in de zomer kan als seizoensopruiming worden aanzien.

Prijsvermindering is wel toegelaten (kan gezien worden als een "promotie")

Diverse producten aan één globale prijs per pakket verkopen is niet toegelaten = koppelverkoop
(vb; 2 potten honing en een pot stuifmeel)

Het gratis aanbieden van monsters samen met een hoofdproduct is toegelaten (art. 56), ook kleine draagtasjes gratis aanbieden is toegelaten.

   

Terug naar boven

2. Wet op het handelsregister d.d. 20/7/64

De Wet op het Handelsregister voorziet in een inschrijving van alle handelaars.

Als zelfstandige in bijberoep is men een bijdrage sociale zekerheid verschuldigd vanaf een inkomst van 1073 € (~43.300,-fr) (2097 € of ~84.600,-fr voor gepensioneerde). Als men als "hobby-imker" onder deze inkomsten blijft zou er geen inschrijving in het handelsregister nodig zijn.

Gezien de geringe inkomsten van de imker kan men stellen dat de "hobby-imker" in principe geen inschrijving in het handelsregister moet aanvragen.

Let wel artikel 4 van de Wet van 20/7/64 stelt uitdrukkelijk dat ‘wie voornemens is een leurhandel te drijven, vooraf een inschrijving moet aanvragen in het handelsregister.

Een "hobby-imker " heeft geen handelsregister nodig voor de thuisverkoop van eigen bijenteeltproducten.

   

Terug naar boven

 

3. Wet van 25/6/93 betreffende de uitoefening van ambulante activiteiten en de organisatie van openbare markten en het K. B. 3/4/95 ter uitvoering van die Wet

 

Sinds 13/6/95 is de imker die zijn product verkoopt buiten zijn woonst onderworpen aan de wet op de ambulante handel.

Volgens Artikel 5 ten 7° van de Wet, zijn de verkopen van binnenlandse producten afkomstig van de landbouw, voor zover ze rechtstreeks door de producent, de landbouwer, de imker, … op de plaats van productie verkocht worden, niet als "leurhandel" beschouwd.

 

Het K. B. van 23/5/2000 zegt dat "occasionele verkopen" geen ambulante handel of leurhandel zijn.

De "hobby-imker" kan niet genieten van deze vrijstelling voorzien in dit K. B. van 23/5/2000 omdat hij meestal "geproduceerde producten met het oog op de verkoop" aan de man brengt. (art 7 van het K.B. 23/5/2000)

 

Voorbeeld:

Het verkopen van een oud meubel op een rommelmarkt is een occasionele verkoop

Het verkopen van een pot honing op een rommelmarkt is geen occasionele verkoop

 

Elke "handelaar" moet op openbare plaatsen en op officiële, regelmatig ingerichte markten beschikken over een blauwe handelarenkaart ook wel leuderskaart genoemd. De handelarenkaart wordt aangevraagd bij de gemeentelijke administratie. De kaart kost 79 € (37 € voor het aanvraag formulier + 42 € taks en zegelrecht bij de aflevering), de kaart is 6 jaar geldig. (Art 27 van het K. B. van 3/4/95)

De imker-verkoper heeft een leurderskaart nodig bij de verkoop van honing op openbare plaatsen.

   

Terug naar boven

4. inkomstenbelasting

 

Voor de belastingdienst moet in principe elk inkomen worden aangegeven, hoe klein dit ook is.

Aangezien de eerder lage inkomsten en de relatieve hoge onkosten kan er worden vanuit gegaan dat er geen economisch belangrijke inkomsten zijn, dat er geen winst wordt gemaakt….

De inkomsten die de hobby-imker heeft uit de bijenteelt worden meestal niet als beroepsinkomsten beschouwd. Die inkomsten zijn te beschouwen als "inkomens verbonden aan het normale beheer van het privé bezit".

Er zou aldus kunnen besloten worden dat de kleine hobbyimker in principe geen aangifte moet indienen voor de inkomsten verkregen uit de verkoop van bijenteeltproducten. Deze stelling is voor interpretatie vatbaar en kan verschillen van belastingscontroleur tot belastingscontroleur!

Indien er een controle zou plaatsvinden moet de belastingsdienst zelf bewijzen dat er "winst" wordt gemaakt met de verkoop van bijenproducten. Indien dit te verwachten is zorg je best voor bewijzen van de gemaakte kosten.

   

Terug naar boven

5. de BTW-plicht van de imker

 

Volgens artikel 4 van het B.T.W.-wetboek is ieder persoon die regelmatig, d.w.z. meer dan één maal per jaar, verkoopt onderworpen aan de B.T.W.-plicht.

 

Het B.T.W. stelsels voor honing is 6%.

 

Tot 31-12-92 was er een vrijstelling van de B.T.W. verplichtingen voor imkers, indien deze minder dan 50 volken bezaten.

 

Tegenwoordig bestaan er drie regelingen waar de imker kan onder vallen:

stelsel der B.T.W. vrijstelling

landbouw B.T.W. regeling

normale B.T.W. regeling

   

Terug naar boven

 

 

1. vrijstelling van B.T.W.

 

De meest interessante oplossing voor kleine- tot middelgrote imker.

Voorwaarde, de omzet mag niet hoger zijn dan 5700 € (~230.000,- fr). per jaar

Deze regeling houdt een beperkt aantal verplichtingen in:

in principe moet de imker een B.T.W.-nummer aanvragen, hiervoor is geen vrijstelling!

alle aankoop- en verkoopfacturen (verplicht bij verkoop aan handelaars, voortverkopers) bijhouden en nummeren

er wordt geen B.T.W. aangerekend, wel vermelding "Kleine onderneming onderworpen aan de vrijstellingsregeling van belasting. BTW niet toepasselijk"

elk jaar voor 31 maart een lijst indienen van de verkopen aan de B.T.W.-plichtige klanten

dagelijks een "dagontvangstenboek" van elke verkoop bijhouden.

Deze vrijstellingregeling sluit het recht van aftrek van kosten uit.

   

Terug naar boven

2. landbouwregeling inzake B.T.W.

 

Uitsluitend van toepassing op niet herverwerkte landbouwproducten, van toepassing op honing, stuifmeel, enz... maar niet op waskaarsen en waswafels.

Deze regeling zou kunnen worden toegepast voor grotere imkers die een omzet hebben groter dan 5700 € per jaar.

De regeling is grotendeels gelijk aan de normale B.T.W. regeling, het kan soms financieel ongunstig zijn.

Het is in veel gevallen beter voor het normale stelsel te kiezen.

   

Terug naar boven

3. normale B.T.W. regeling

 

Stelsel van toepassing op de meeste handelaars, verplichtingen zijn:

B.T.W. nummer aanvragen

Een volledige boekhouding voeren, met o.a. een inkomsten- en uitgavenboek

Maandelijkse of drie maandelijkse aangiften indienen

Jaarlijks een klantenlijst opstellen

Bewijzen leveren

   

Terug naar boven

6. De Wet van 24-1-77 aangaande de bescherming van de gezondheid van de gebruiker

 

De Wet voorziet in regels om voedingsmiddelen in de handel te brengen, ook het gratis afstaan, valt onder deze Wet. Het is de bedoeling de "argeloze verbruiker" een zekerheid te geven omtrent de kwaliteit van het geleverde product.

Voor honing is er een specifieke regeling uitgewerkt. (K. B. van 19/3/2004)

Andere bijenproducten zoals stuifmeel, propolis, koninginnebrij zijn heden (nog) niet specifiek gereglementeerd, voor deze producten is de algemene regeling van toepassing zoals voorzien in de Wet van 24-1-77.

 

Terug naar boven

 

7. Uitvoeringsbesluiten van de wetgeving inzake de bescherming van de gezondheid van de consument

 

De wetgever heeft in de volgende uitvoeringsbesluiten voorzien ter bescherming van de consument:

Het K. B. van 19/3/2004 inzake honing

Het K.B. van 14/11/2003 betreffende autocontrole, meldingsplicht en traceerbaarheid in de voedselketen.

Het K. B. van 17/4/80 inzake reclame voor voedingsmiddelen

Het K. B. van 8/1/92 betreft de voedingswaarde-etikettering + het K. B. van 9/2/90

Het K. B. van 4/12/95 tot onderwerping aan een vergunning voor de plaatsen, waar voedingsmiddelen worden gefabriceerd of in de handel gebracht

Het K. B. van 7/2/97 inzake de algemene voedingshygiëne

 

Terug naar boven

 

 

8. Het Koninklijk besluit betreffende honing van KB 19/3/2004:

 

Het K. B. van 28/5/75 is heden niet meer van toepassing.

 

Met de richtlijn 2001/110 van de E.E.G.-raad gepubliceerd op 12/1/2002 is er door Europa een nieuwe stimulans gegeven om de (ver)oude(rde) wetgeving te wijzigen. Met het K.B. van 19/3/2004 is de Europese richtlijn omgezet in Belgisch recht. Ten opzichte van de vorige regelgeving zijn er belangrijke wijzigingen op vlak van; nieuwe verplichte vermeldingen op de honingetiketten, oorsprong van de honing, samenstelling van de honing, waarbij onder andere het watergehalte daalt van 21 naar 20% water, enz

 

In artikel 1 van het K. B. van 19/3/2004 wordt honing als volgt omschreven:

 

"Honing: een natuurlijke zoete stof die door de bijensoort Apis mellifera wordt bereid uit bloemennectar of uit afscheidingsproducten van levende plantendelen of uitscheidingsproducten van plantensapzuigende insecten op de levende plantendelen, welke grondstoffen door de bijen worden vergaard, verwerkt door vermenging met eigen specifieke stoffen, gedeponeerd, gedehydreerd, en in de honingraten opgeslagen en achtergelaten om te rijpen."

 

In het besluit wordt er tevens een "definitie" geven van wat bloemenhoning, honingdauw, raathoning, lekhoning, brokhoning, slingerhoning, pershoning en industriehoning is.

 

Het is tevens goed om weten wat de wetgever onder industriehoning of bakkershoning heeft verstaan:

 

"Bakkershoning; honing die:

a) geschikt is voor industrieel gebruik of als ingrediënt in andere, vervolgens verwerkte levensmiddelen;

b) - een vreemde smaak of reuk kan vertonen, of

- begonnen is te gisten of gegist heeft, of

- is oververhit."

 

Art 2 paragraaf 6 van het K. B. van 19/3/2004 geeft de criteria aan waaraan honing moet voldoen:

 

1° suikergehalte :

a) fructose- en glucosegehalte (totaal van beide) :

- nectarhoning : ten minste 60g/100g;

- honingdauwhoning, al dan niet met nectarhoning gemengd : ten minste 45g/100g;

 

b) sacharosegehalte :

- algemeen : ten hoogste 5g/100g;

- witte acacia (Robinia pseudoacacia), alfalfa (Medicago sativa), menzies banksia (Banksia menziesii), rode hanenkop (Hedysarum), rode eucalyptus (Eucalyptus camadulensis), Eucryphia lucida, Eucryphia milliganii, Citrus spp. :ten hoogste 10g/100g;

- lavendel (Lavandula spp.), bernagie (Borago officinalis) : ten hoogste 15g/100g;

 

2° vochtgehalte :

- algemeen : ten hoogste 20 %;

- struikheidehoning (Calluna) en bakkershoning in het algemeen : ten hoogste 23%;

- bakkershoning van struikheide (Calluna) : ten hoogste 25 %;

 

3° gehalte aan niet in water oplosbare stoffen :

- algemeen : ten hoogste 0,1g/100g;

- pershoning : ten hoogste 0,5g/100g;

 

4° soortelijke elektrische geleiding :

- andere dan hieronder genoemde honing, en mengsels daarvan : ten hoogste 0,8mS/cm;

- honingdauwhoning, kastanjebloesemhoning en mengsels daarvan, uitgezonderd mengsels met de hieronder genoemde honingsoorten : ten minste 0,8mS/cm;

- uitzonderingen : aardbeiboom (Arbutus unedo), dopheide (Erica), eucalyptus, lindebloesem (Tilia spp.), struikheide (Calluna vulgaris), Leptospermum, Melaleuca spp.;

 

 

5° vrije zuren :

- algemeen : ten hoogste 50 milli-equivalenten zuur per kg;

- bakkershoning : ten hoogste 80 milli-equivalenten zuur per kg;

 

6° diastase-index en gehalte aan hydroxymethylfurfural (HMF), bepaald na bereiding en menging :

a) diastase-index :

- algemeen, behalve bakkershoning : ten minste 8;

- honing met een gering natuurlijk enzymgehalte (bijvoorbeeld honing van citrusvruchten) en een HMF-gehalte van niet meer dan 15 mg/kg : ten minste 3;

b) HMF :

- algemeen, behalve bakkershoning : ten hoogste 40 mg/kg (onder voorbehoud van het bepaalde onder a), 2de streepje);

- honing die volgens de vermelding van oorsprong is uit gebieden met een tropisch klimaat en mengsels daarvan : ten hoogste 80mg/kg.

 

 

In art 3 van het K. B. van 19/3/2004 wordt de etiketten van honing besproken, de volgende punten zijn van belang:

Voor 'gewone', in pot verpakte honing, zijn toegelaten benamingen:

honing, honig, bloemenhoni(n)g, honingdauw, lekhoni(n)g, slingerhoni(n)g en pershoni(n)g.

Andere dan 'gewone' honing moet volgens zijn aard en voorkomen worden benoemd, de wetgever heeft voorzien in de volgende toegelaten benamingen:

Ø Raathoni(n)g

Ø Brokhoni(n)g

Ø Industriehoni(n)g, bakkershoni(n)g

In de naamgeving van honing is het toegelaten om te verwijzen naar bloemen en of planten. Verwijzingen naar een regio of plaats kan voorzien worden. Deze verwijzing mag worden weggelaten indien dit geen misvattingen over de oorsprong met zich meebrengt.

 

Terug naar boven

 

9. Het K.B. van 14/11/2003 betreffende autocontrole, meldingsplicht en traceerbaarheid in de voedselketen.

 

Met de publicatie op 12/12/2003 van het Koninklijk Besluit van 14/11/2003 betreffende autocontrole, meldingsplicht en traceerbaarheid in de voedselketen werd een belangrijke stap gezet in de realisatie van de objectieven van het FAVV (Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen).

De nieuwe regels zijn opgesteld onder impuls van de Europese Unie

Het KB van 14/11/2003 is van toepassing op alle stadia van de productie, verwerking en distributie van voedingsproducten.

Niet van toepassing op de primaire productie voor particulier huishoudelijk gebruik .

Elk bedrijf, onderneming, zowel publiek- als privaatrechtelijk, al dan niet met enig winstoogmerk moet de regels van het KB toepassen.

 

Terug naar boven

 

4. Autocontrole

 

De producent, de imker, … waarborgt de veiligheid van zijn producten door een betrouwbaar autocontrolesysteem.

De autocontrole is het geheel van maatregelen om te voldoen aan;

1. de voorschiften inzake voedselveiligheid

2. de voorschriften inzake kwaliteit

3. de traceerbaarheid

De controle op het functioneren van de autocontrole is de verantwoordelijkheid van het FAVV.

Gidsen per sector ivm de autocontrole worden opgesteld. Voor de imkers is dit het informatiecentrum te Gent. In het voorjaar/zomer 2005 ontvangt elke imker een gids van het informatiecentrum.

De bedoeling van deze gidsen zullen de bedrijven, imkers, … in aanzienlijke mate helpen bij het toepassen van hun eigen autocontrolesysteem.

Belangrijke aandachtspunten in de gids voor imkers zullen zijn;

goede hygiëne praktijken

register(s) bijhouden ivm de "productie"

 

 

Algemene hygiëne voorschriften …, de belangrijkste aandachtspunten.

 

De exploitant, imker, … ziet erop toe dat de primaire producten (honing) beschermd worden tegen verontreiniging en schadelijke organisme.

De exploitant, imker, … neemt maatregelen om alle infrastructuur, uitrusting, recipiënten, e.d., schoon te maken en deze eventueel op passende wijze te ontsmetten.

De exploitant, imker, … ziet erop toe dat de personen die de producten hanteren in goede gezondheid verkeren.

 

Register(s) bijhouden ivm de "productie", enkele aandachtspunten.

 

De exploitant, imker, … moet register(s) bijhouden inzake maatregelen ter beheersing van mogelijke gevaren in het productieproces met invloed naar levensmiddelen.

Enkele belangrijke registraties zijn;

welke "geneesmiddelen", e. d. zijn gebruikt tegen bijenziekte,…

welke voeders zijn verstrekt aan de bijenvolken; type wintervoer, prikkeling, …

is er gewasbescherming gebruikt op de bloesems die de bijen hebben bevlogen,

….

De exploitant, imker, … moet de register(s) minstens vijf jaar bijhouden.

De Gids die het informatiecentrum te Gent opgesteld heeft en die in het voorjaar/zomer 2005 wordt verspreid onder de imkers geeft meer detail.

 

Terug naar boven

 

5. Traceerbaarheid

 

De traceerbaarheid van voedingsproducten berust op een betrouwbare registratie van de bedrijven en hun vestigingseenheden doorheen de ganse voedselketen van producent, invoerder, imker,… van grondstoffen tot de kleinhandel.

Het principe om alle IN/OUT van voedingsproducten in alle stadia van de voedselketen te registreren wordt gebruikt.

Er dient een interne traceerbaarheid in de bedrijven, imkerijen,… te worden gewaarborgd. Het is de bedoeling om bij een crisissituatie de verdachte voedingsproducten snel te kunnen identificeren.

Voor imkers zal dit de volgende verplichtingen inhouden;

registratiesysteem opzetten ivm de "weg" die de productie doormaakt, volgt…

Instellen van lotnummers met vermelding van; aard, hoeveelheid, verwerkings- (oogst-) datum van het product

Identificatie en etikettering

Het is niet de bedoeling om levering aan consumenten te registreren.

 

Terug naar boven

 

6. Meldingsplicht

 

De meldingsplicht aan het FAVV is van toepassing op elke exploitant, imker, .. die vaststelt of redenen heeft om aan te nemen dat een product schadelijk kan zijn voor de gezondheid van mens, dier of plant.

De laboratoria en inspectieorganismen, die uit hoofde van hun beroepsactiviteiten dergelijke vaststellingen doen, dienen er zich van te vergewissen dat de meldingsplicht is nageleefd.

In het Ministerieel Besluit van 22/1/2004 zijn de modaliteiten gepubliceerd aangaande de meldingsplicht.

De verantwoordelijke producent en de distributiesector moeten er zich toe verbinden om onmiddellijk procedures te starten voor het uit de handel nemen, en indien noodzakelijk, de consument in te lichten.

Samenwerking tussen de betrokken uitbater en het voedselagentschap is in dergelijke omstandigheden noodzakelijk.

 

Autocontrole, traceerbaarheid en meldingsplicht vanaf wanneer van kracht?

 

Om België niet te isoleren binnen het internationaal marktgebeuren, werd voorzien dat de bepalingen betreffende autocontrole en traceerbaarheid van toepassing zijn vanaf 1 januari 2005.

De meldingsplicht is van toepassing sinds 1 maart 2004.

Meldingen kunnen gericht worden aan de Provinciale Controle-eenheden waarvan de coördinaten op de website van het FAVV kunnen worden gevonden. (www.favv.be)

 

Terug naar boven

 

 

10. K. B. van 17/4/80 betreft de reclame voor voedingsmiddelen

 

Uit de definitie van artikel 1 blijkt dat de bijenteeltproducten en de aanverwante producten als voedingsmiddelen moeten worden beschouwd. Zij vallen derhalve onder de in dit K. B. gestelde regels.

 

Artikelen 2 tot en met 5 bepalen dat:

woorden zoals "medisch, hygiëne, enz…" niet zijn toegelaten bij reclame voor voedingswaren (art. 2)

het is tevens verboden "misleidende" reclame of aanduidingen te maken, opschriften als "geneeskrachtige honing", "extra-honing", "natuur-honing" e.d. zijn NIET toegelaten.

beweringen, die valselijk doen geloven dat, er geen pesticiden, residuen of andere contanimanten aanwezig zijn mag niet (art. 2)

woorden zoals "biologisch, natuur, voedzaam, enz…", onder strenge voorwaarden kunnen worden gebruikt. (art. 3)

verwijzingen naar medische aanbevelingen, attesten, citaten zijn niet toegelaten

verwijzing naar gebruik van honing in gerechten mag

verwijzingen naar objectieve en meetbare criteria, die niet kunnen bewezen worden, verboden zijn (art. 4)

melding maken dat een product een invloed heeft op de gezondheid zonder dat dit kan bewezen worden niet is toegelaten (art. 4)

 

 

Reclame via affiches en aanverwanten moet daarenboven aan de volgende voorwaarden voldoen:

 

zegelrecht (fiscale zegels) zijn nodig indien zichtbaar voor publiek

sommige organisaties moeten geen zegelrecht betalen, imkers en hun verenigingen zijn NIET vrijgesteld van het zegelrecht

op een affiche moeten steeds de gegevens van de verantwoordelijke uitgever vermeld staan

een klacht i.v.m. het niet naleven van het zegelrecht geeft aanleiding tot een boete van 20 keer het ontdoken recht.

 

 

Terug naar boven

 

 

11. De K. B.’s van 9/2/90, 8/1/92 en 13/9/99 betreft voedingswaarde-etikettering

 

Uit het K. B. van 19/3/2004 inzake honing blijkt dat een aantal vermeldingen op een goedzichtbare, goed leesbare en onwisbare wijze moet worden aangebracht op de recipiënten, de verpakking of op de etiketten.

naam en adres van de producent of de verpakker

een officieel toegelaten naam

een nettogewicht moet worden vermeld in gram of kilogram

 

Het K. B. van 9/2/90 stelt een minimale houdbaarheidsdatum of de uiterste consumptiedatum in. (art. 5)

Deze bepaling is van toepassing op honing.

 

Het K. B. van 13/9/99 inzake etikettering is met de inwerkingtreding van het KB van 19/3/2004 inzake honing vanaf 1/8/2003 van toepassing op honing.

 

Bijkomende informatie, inzake voedingswaarde is facultatief. De artikelen 4 tot 7 van het K. B. 8/1/92 beschrijven de wijze van aanduiding van de energetische waarde, het gehalte aan voedingsstoffen, enz …

 

Een aanvaardbaar etiket voor honing zou kunnen zijn:

naam en adres van de imker of handelaar verplicht KB 19/3/04+KB 13/9/99

naam van het product "honing, honig, ... " verplicht KB 19/3/04 art. 3

minimaal gewicht "e" verplicht KB 19/3/04+KB 13/9/99

lotnummer of gelijkwaardig verplicht KB 14/11/03 art. 4 > 7

vervaldatum (maximaal twee jaar na de oogst) verplicht KB 9/2/90 art. 5

beschikbare energiewaarde in KJ & Kcal per 100 gram facultatief KB 8/1/92 art. 4

gehalte aan koolhydraten, eiwitten en vetten in grammen per 100 gram facultatief KB 8/1/92 art. 4

 

 

 

Terug naar boven

 

12. Het K. B. van 4/12/95 tot onderwerping aan een vergunning voor de plaatsen, waar voedingsmiddelen worden gefabriceerd of in de handel gebracht

 

Dit K. B. stelt dat elke plaats waar voedingsmiddelen in de handel gebracht worden een vergunning moet bezitten.

Om een vergunning te verkrijgen moet worden voldaan aan de hygiëne-reglementering, het onderzoek wordt uitgevoerd door de eetwareninspectie.

Verkoop op plaatsen waar eenmalige gebeurtenissen zonder handelskarakter plaatsgrijpen zijn niet vergunningsplichtig. (bijvoorbeeld het jaarlijks schoolfeest)

Ook niet vergunningsplichtig zijn landbouwbedrijven die rechtstreeks op het bedrijf aan de verbruiker verkopen.

Door deze uitzondering kan elke imker die zijn honing en andere niet bewerkte bijenteeltproducten op zijn eigen "bedrijf" verkoopt aan de eindverbruiker zonder vergunning werken (zoals bedoeld in het KB van 4/12/95).

Elke imker die zijn waar slijt op allerhande markten, of zijn honing te koop aanbiedt in een winkel, is wel vergunningsplichtig!

 

 

Terug naar boven

 

13. Ontleding van honing, K. B. van 13/10/69

 

Dit K. B. bepaalt maatstaven, normen die dienen te worden nageleefd bij het ontleden van honing.

Ontledingsprocédés worden beschreven voor het bepalen van:

het gehalte aan droge stof, dit is een graadmeter voor zuiverheid

het percentage aan water, dit is een norm i.v.m. houdbaarheid

het gehalte aan in water oplosbare stoffen

het asgehalte, maat voor zuiverheid en botanische oorsprong

het zuurgehalte

het sacharosengehalte

kunstmatige zoetstoffen

conserveermiddelen

fermenterende eigenschappen

het percentage hydroxymethylfurfural, maat voor (kunstmatige) veroudering

onzuiverheden in de honing

kleurstoffen

de hoeveelheid stuifmeelpollen, maat voor 'echtheid'

de aanwezigheid van schimmels

 

Terug naar boven

14. nabeschouwing:

 

De hoger genoemde wetgeving is gemaakt om toegepast te worden, dat moet duidelijk zijn en is onvermijdelijk. Er moet echter worden gezegd dat de doorsnee kleine hobby-imker het moeilijk zal hebben de gestelde regels te realiseren. "Technische keuring" is niet evident maar met enig gezond verstand en met de nodige "soepelheid" moet getracht worden de geest van de regelgeving na te streven.

Hierna geef ik enkele praktische en haalbare tips die ons al een heel eind op de goede weg zetten:

 

zorg voor een verzorgd en onberispelijk product; zuiver honingglas, geen schuimvorming, geen frosting, …

doe mee aan het initiatief van de Kon. VIB betreffende de "honinganalyse" (maar … enkele euro per staal!)

aankoop van honing gebeurt in grote mate in vertrouwen, beschaam dit vertrouwen niet, honing die niet 100% in orde is moet uit de verkoop, eenmaal een minderwaardig product aanbieden kan de klant weghouden.

wees sportief als een klant een foutje vindt aan je honing, geef hem met de glimlach een andere pot, geef vooral uitleg

gebruik een degelijk en informatief etiket

maak geen geschreven of gedrukte reclame

zorg voor een eerlijke verkoop, zeg de dingen zoals ze zijn, blaas ze niet op of zwak ze niet af

bewaar honing op een koele en donkere plaats, droge kelder, koele berging, …

opgepast met het opwarmen van honing, respecteer de maximale temperatuur van 35°C en werk "au-bain-Marie"

zorg voor een leurderskaart en een vergunning i.v.m. het in de handel brengen van voedingsproducten, indien je, buiten je huis, honing en aanverwante producten aan de man brengt

zorg tevens voor de minimale BTW-regeling

informeer bij je belastingsdienst wat je plichten zijn aangaande je zeer beperkte honing verkoop… !

respecteer de regels ivm de autocontrole, de traceerbaarheid en meldingsplicht

een geïnformeerde imker is er twee waard…!

 

 

 

Terug naar boven

 

 

15. bronnen en geraadpleegde werken:

 

 

Rechten en plichten van de imker Kon. v.i.b

Belgische staatsbladen

Europese veronderingen

Diverse Wetboeken

Diverse internetsites, de belangrijkste;

 

www.staatsblad.be

www.just.fgov.be

www.fiscus.fgov.be

www.minfin.fgov.be

www.mineco.fgov.be

www.favv.be

www.honeybee.be

 

Informatie centrum voor de bijenteelt Gent

Maandbladen Kon. v.i.b

Maandbladen Adiz

Lezing en advies (deels) Thierry Freyne

 

Terug naar boven

 

 

 

16. bijlage KB 19/3/2004 betreffende honing

 

FEDERALE OVERHEIDSDIENST VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU EN FEDERALE OVERHEIDSDIENST ECONOMIE, K.M.O., MIDDENSTAND EN ENERGIE

PUBLICATIE 2004-03-19


Koninklijk besluit betreffende honing
ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 24 januari 1977 betreffende de bescherming van de gezondheid van de verbruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere producten, inzonderheid op de artikelen 2 en 4, § 1;
Gelet op de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument, inzonderheid op artikel 14, § 1;
Gelet op het koninklijk besluit van 28 mei 1975 betreffende honing;
Gelet op het koninklijk besluit van 13 september 1999 betreffende de etikettering van voorverpakte voedingsmiddelen;
Gelet op richtlijn 2001/110/EG van de Raad van 20 december 2001 inzake honing;
Gelet op het advies van de Hoge Raad van Zelfstandigen en de K.M.O., gegeven op 25 maart 2003;
Gelet op het advies van de Raad voor het Verbruik, gegeven op 7 april 2003;
Gelet op advies 35.986/1van de Raad van State, gegeven op 30 oktober 2003, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
Op de voordracht van Onze Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, Onze Minister van Middenstand en Landbouw en Onze Minister van Leefmilieu, Consumentenzaken en Duurzame Ontwikkeling,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
HOOFDSTUK I. - Toepassingsveld
Artikel 1. § 1. Dit besluit is van toepassing op voor menselijke voeding bestemde honing.
§ 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° Honing :
een natuurlijke zoete stof die door de bijensoort Apis mellifera wordt bereid uit bloemennectar of uit afscheidingsproducten van levende plantendelen of uitscheidingsproducten van plantensapzuigende insecten op de levende plantendelen, welke grondstoffen door de bijen worden vergaard, verwerkt door vermenging met eigen specifieke stoffen, gedeponeerd, gedehydreerd, en in de honingraten opgeslagen en achtergelaten om te rijpen;
2° Honingsoorten :
a) naar gelang van de oorsprong :
i) bloemenhoning / bloemenhoning of nectarhoning / nectarhoning :
honing die uit plantennectar is verkregen;
ii) honingdauwhoning / honingdauwhoning :
honing die voornamelijk is verkregen uit uitscheidingsproducten van plantensapzuigende insecten (Hemiptera) op de levende plantendelen of uit afscheidingsproducten van levende plantendelen;
b) naar gelang van de wijze van productie en/of presentatie :
i) raathoning / raathoning :
honing die door bijen is opgeslagen in de gesloten cellen van kort tevoren door henzelf gemaakte raten of fijne platen was, uitsluitend bestaande uit bijenwas, zonder broed, en die in hele raten of delen daarvan wordt verkocht;
ii) brokhoning / brokhoning of raatbrokken in honing / honing :
honing die één of meer brokken raathoning bevat;
iii) lekhoning / lekhoning :
honing, verkregen door het laten uitlekken van geopende raten zonder broed;
iv) slingerhoning / slingerhoning :
honing, verkregen door het slingeren van geopende raten zonder broed;
v) pershoning / pershoning :
honing, verkregen door het samenpersen van raten zonder broed, zonder verwarming of bij matige verwarming van maximaal 45 °C;
vi) gefilterde honing / gefilterde honing :
honing, verkregen door zodanige verwijdering van vreemde anorganische of organische stoffen, dat een aanzienlijk deel van de pollen is verwijderd;
3° Bakkershoning : honing die :
a) geschikt is voor industrieel gebruik of als ingrediènt in andere, vervolgens verwerkte levensmiddelen;
en die b) :
- een vreemde smaak of reuk kan vertonen, of
- begonnen is te gisten of gegist heeft, of
- is oververhit.
HOOFDSTUK II. - Kenmerken en samenstelling van honing
Art. 2. § 1. Honing bestaat hoofdzakelijk uit diverse suikers, voornamelijk fructose en glucose, evenals uit andere stoffen zoals organische zuren, enzymen en vaste deeltjes afkomstig van het vergaren van de honing. De kleur van honing varieert van bijna kleurloos tot donkerbruin.
§ 2. Honing kan vloeibaar, dikvloeibaar of hetzij gedeeltelijk of hetzij geheel gekristalliseerd zijn. De smaak en het aroma variëren, maar zijn een afgeleide van de plant van oorsprong.
§ 3. Wanneer honing als zodanig in de handel wordt gebracht of wordt verwerkt in enig voor menselijke consumptie bestemd product, mogen daar generlei levensmiddeleningrediënten of levensmiddelenadditieven aan worden toegevoegd, noch andere stoffen dan honing. Honing dient zoveel mogelijk vrij te zijn van organische of anorganische vreemde bestanddelen.
§ 4. Behoudens het bepaalde in artikel 1, § 2, 3°, mag de honing geen vreemde smaak of reuk, noch een begin van gisting vertonen, mag de zuurtegraad niet kunstmatig zijn gewijzigd en mag de honing niet zodanig zijn verwarmd dat de natuurlijke enzymen zijn vernietigd of grotendeels geïnactiveerd.
§ 5. Onverminderd artikel 1, § 2, 2°, b), viii), mogen geen pollen noch enig ander bestanddeel dat specifiek is voor honing, aan het product worden onttrokken, tenzij dit bij het verwijderen van vreemde anorganische of organische stoffen onvermijdelijk is.
§ 6. Van honing die als zodanig in de handel wordt gebracht of wordt verwerkt in enig voor menselijke consumptie bestemd product, dient de samenstelling aan de volgende criteria te voldoen :
1° suikergehalte :
a) fructose- en glucosegehalte (totaal van beide) :
- nectarhoning : ten minste 60g/100g;
- honingdauwhoning, al dan niet met nectarhoning gemengd : ten minste 45g/100g;
b) sacharosegehalte :
- algemeen : ten hoogste 5g/100g;
- witte acacia (Robinia pseudoacacia), alfalfa (Medicago sativa), menzies banksia (Banksia menziesii), rode hanenkop (Hedysarum), rode eucalyptus (Eucalyptus camadulensis), Eucryphia lucida, Eucryphia milliganii, Citrus spp. :ten hoogste 10g/100g;
- lavendel (Lavandula spp.), bernagie (Borago officinalis) : ten hoogste 15g/100g;
2° vochtgehalte :
- algemeen : ten hoogste 20 %;
- struikheidehoning (Calluna) en bakkershoning in het algemeen : ten hoogste 23%;
- bakkershoning van struikheide (Calluna) : ten hoogste 25 %;
3° gehalte aan niet in water oplosbare stoffen :
- algemeen : ten hoogste 0,1g/100g;
- pershoning : ten hoogste 0,5g/100g;
4° soortelijke elektrische geleiding :
- andere dan hieronder genoemde honing, en mengsels daarvan : ten hoogste 0,8mS/cm;
- honingdauwhoning, kastanjebloesemhoning en mengsels daarvan, uitgezonderd mengsels met de hieronder genoemde honingsoorten : ten minste 0,8mS/cm;
- uitzonderingen : aardbeiboom (Arbutus unedo), dopheide (Erica), eucalyptus, lindebloesem (Tilia spp.), struikheide (Calluna vulgaris), Leptospermum, Melaleuca spp.;
5° vrije zuren :
- algemeen : ten hoogste 50 milli-equivalenten zuur per kg;
- bakkershoning : ten hoogste 80 milli-equivalenten zuur per kg;
6° diastase-index en gehalte aan hydroxymethylfurfural (HMF), bepaald na bereiding en menging :
a) diastase-index (Schade-schaal) :
- algemeen, behalve bakkershoning : ten minste 8;
- honing met een gering natuurlijk enzymgehalte (bijvoorbeeld honing van citrusvruchten) en een HMF-gehalte van niet meer dan 15 mg/kg : ten minste 3;
b) HMF :
- algemeen, behalve bakkershoning : ten hoogste 40 mg/kg (onder voorbehoud van het bepaalde onder a), 2de streepje);
- honing die volgens de vermelding van oorsprong is uit gebieden met een tropisch klimaat en mengsels daarvan : ten hoogste 80mg/kg.
HOOFDSTUK III. - Bepalingen inzake de etikettering
en de handelspraktijken
Art. 3. § 1. Het koninklijk besluit van 13 september 1999 betreffende de etikettering van voorverpakte voedingsmiddelen is op de in artikel 1, § 2, omschreven producten van toepassing, behoudens de volgende voorwaarden :
1° de term "honing" / "honig" mag uitsluitend worden gebruikt voor het in artikel 1, § 2, 1°, omschreven product en moet in de handel worden gebruikt ter aanduiding van dat product;
2° de in artikel 1, § 2, 2° en 3,° genoemde verkoopbenamingen mogen uitsluitend worden gebruikt voor de aldaar omschreven producten en moeten in de handel worden gebruikt ter aanduiding van die producten. In plaats van deze benamingen mag ook de verkoopbenaming "honing" / "honig" worden gebruikt, behalve in het geval van gefilterde honing, raathoning, brokhoning of raatbrokken in honing en bakkershoning;
3° echter,
a) in het geval van bakkershoning wordt de vermelding "uitsluitend bestemd om te koken" in de onmiddellijke nabijheid van de verkoopbenaming op het etiket aangebracht;
b) behoudens in het geval van gefilterde honing en bakkershoning, mogen de verkoopbenamingen worden aangevuld met aanduidingen betreffende :
- bloemen of planten, indien het product er geheel of voor het grootste deel van afkomstig is, en het daaraan zijn organoleptische, fysisch-chemische en microscopische kenmerken ontleent;
- de regionale, territoriale of topografische oorsprong, indien het product uitsluitend de genoemde oorsprong heeft;
- specifieke kwaliteitscriteria;
4° wanneer bakkershoning als ingrediënt in een samengesteld levensmiddel is verwerkt, mag de term "honing" worden gebruikt in de verkoopbenaming van het samengestelde levensmiddel in plaats van de term "bakkershoning". In de lijst van ingrediënten wordt evenwel de volledige term zoals vermeld in artikel 1, § 2, 3°, gebruikt;
5° het land of de landen van oorsprong waar de honing is vergaard, wordt (worden) op het etiket vermeld.
Indien de honing echter van oorsprong is uit meer dan één lidstaat of uit meer dan één derde land, mag deze vermelding in voorkomend geval vervangen worden door één van de volgende vermeldingen :
a) "gemengde EG- honing";
b) "gemengde niet -EG- honing";
c) "gemengde EG- en niet -EG- honing".
§ 2. Gelet op het koninklijk besluit van 13 september 1999, en met name de voorwaarden en afwijkingen bepaald in de artikelen 3 tot 13, worden de bijzonderheden die volgens het bepaalde onder § 1, eerste lid, 5° moeten worden vermeld, beschouwd als gegevens bedoeld in artikel 2 van bovenvermeld besluit.
Art. 4. Bij gefilterde honing en bakkershoning vermelden bulkcontainers, verpakkingen en handelsdocumenten duidelijk de volledige verkoopbenaming zoals opgenomen in artikel 1, § 2, 2°, b), viii) en 3°.
HOOFDSTUK IV. - Algemene bepalingen
Art. 5. Het in de handel brengen van de producten bepaald in artikel 1, § 2, wordt toegestaan met ingang van 1 augustus 2003 voor zover zij voldoen aan de in dit besluit vervatte omschrijvingen.
Het in de handel brengen van producten, bepaald in artikel 1, § 2, die niet voldoen aan de bepalingen van dit besluit, wordt met ingang van 1 augustus 2004 verboden.
Producten die niet aan de bepalingen van dit besluit voldoen, maar die vóór 1 augustus 2004 overeenkomstig het koninklijk besluit van 28 mei 1975 betreffende honing zijn geëtiketteerd, mogen evenwel in de handel worden gebracht zolang de voorraad strekt.
HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen
Art. 6. Worden opgeheven :
1° het koninklijk besluit van 28 mei 1975 betreffende honing;
2° punt 2 van hoofdstuk IV van de bijlage bij het koninklijk besluit van 13 september 1999 betreffende de etikettering van voorverpakte voedingsmiddelen.
Art. 7. Onze Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid, Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, Onze Minister van Middenstand en Landbouw en Onze Minister van Leefmilieu, Consumentenzaken en Duurzame Ontwikkeling zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 19 maart 2004.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel
en Wetenschapsbeleid,
F. MOERMAN
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
R. DEMOTTE
De Minister van Middenstand en Landbouw,
S. LARUELLE
De Minister van Leefmilieu, Consumentenzaken
en Duurzame Ontwikkeling,
F. VAN DEN BOSSCHE

 

Terug naar boven